uit :
      29-09-2007

Roos op jacht naar eerherstel


 

Zowel bij TOGR als Capelle vertrok hij voortijdig. Maar Raymond Roos, dit seizoen teruggekeerd bij de Rotterdamse club aan de Charloisse Lagedijk, zegt de rotste niet te zijn. ,,Ik ben geen moeilijke jongen.’’
 

 

ROTTERDAM
FOLKERT VAN DER KROL

 


Vraag Raymond Roos hoe hij terugkijkt op zijn jaar bij Capelle en de 29-jarige middenvelder kijkt naar boven. ,,Ik heb in België en Ierland gevoetbald, maar bij Capelle kreeg ik pijn in m’n nek van al die hoge ballen.’’

Capelle en Roos stonden vorig seizoen gelijk aan water en vuur. De toch al broze samenwerking liep op de klippen toen de middenvelder trainer Ton van Bremen het verwijt maakte ‘geen ballen’ te hebben. Die opmerking deed hij in de rust van het duel met Heerjansdam toen van Bremen aangaf hem te wisselen.

Het was niet het eerste akkefietje. Roos degradeerde eerder al tot zijn verbazing tot bankzitter. Assistent-trainer Enar Krootjes en Brian Notenboom lieten hem voor het duel met DOTO weten dat hij op de bank moest plaatsnemen. ,,Ze zeiden: ‘Het bestuur vindt het beter dat je niet speelt’. Dat is dus de voetballerij. Tussen mij en Capelle was geen klik. De club ligt net over de brug, maar je hebt er rare mensen rondlopen. Voorzitter Kees Kisjes bijvoorbeeld. Ik heb een paar keer ontzettend met hem gelachen, maar hij liegt nog als hij staat te fluiten.’’

Zijn keuze voor TOGR viel op. Roos vertrok daar in het seizoen 2004-2005, waarin de Rotterdammers uit de hoofdklasse degradeerden, ook voortijdig en maakte het beslissingsduel met Go Ahead Kampen niet eens meer mee. ,,Er speelden veel Kaapverdiaanse jongens. Een mix van spelers was beter geweeest. Wim van der Steene is een goede trainer, maar het ontbrak aan discipline. Als je de teugels eenmaal hebt laten vieren, kun je ze moeilijk weer aanhalen. Drie weken voor het einde van de competitie ben ik weggegaan. Er waren irritaties, ik kreeg ruzie met spelers. Dan kan ik beter weggaan, anders schiet ik uit m’n slof. De onderlinge acceptatie was niet goed, terwijl de ploeg voldoende kwaliteiten had om in de hoofdklasse te blijven.’’



 

 Toen scout Ton van Mastrigt hem vorig seizoen vroeg een rentree bij TOGR te overwegen, hapte Roos toe. ,,Er waren wel wat contacten met andere clubs, maar de zondag-hoofdklasse trok me niet. In België kon ik goed verdienen, maar ik wilde graag dichtbij huis in Rotterdam-Zuid spelen. TOGR kwam met een goed verhaal. En het voelde alsof ik nog wat goed te maken had bij die club. Bovendien kende ik de trainer (Theo de Boon, red.) nog van mijn periode bij FC Dordrecht Hij liep toen stage bij Robert Verbeek.’’
 
Dit keer heeft Roos geen spijt van zijn keuze. ,,Er is nu meer discipline. De spelers zijn ook allemaal wat ouder geworden en weten dat het zaterdag om het ‘echie’ gaat. En ik ben echt geen moeilijke jongen. Of ik nu bij AC Milan of bij vijfde van Hillesluis voetbal, ik pas me overal aan.’’

Wat Roos wel nodig heeft, is vertrouwen. Dat ontbeerde hij vorig seizoen bij Capelle. ,,Nu voel ik me gewaardeerd. Daardoor speel ik ook goed. Toen ik voor de Nederlandse Antillen uitkwam, zei bondscoach Pim Verbeek al van tevoren dat hij me altijd zou opstellen. Onder Ton Pattinama bij Deltasport was ik ook een zekerheidje. Dan wil ik de trainer terugbetalen, ga ik voor hem door het vuur.’’ Bij onder meer Deltasport, FC Dordrecht en later SHO functioneerde Roos uitstekend. Hij is het type speler dat bereid is het vuile werk voor anderen op te knappen. ,,Ik ben een echte teamspeler. Die sterven uit. Ik heb van Cor Lems, mijn vroegere buurman, die wil om te overleven geleerd. Reed ik met hem mee naar de club en kreeg ik tijdens de training een schop waarbij de tranen in m’n ogen sprongen. Dan moest ik wel weer met hem mee terug, maar mocht ik bij hem thuis meeëten.’’

Uitgerekend Ton van Bremen was er ook zo één. Roos heeft respect voor wat Van Bremen in zijn loopbaan presteerde, maar tussen de twee zal het niet zo snel meer goed komen. ,,Nee, ik heb hem niet meer gesproken. Ik voelde me in m’n eer aangetast. Er was al zoveel gebeurd, dat het met een andere trainer vermoedelijk ook mis was gegaan. Ton van Bremen had net zo goed Pipo de Clown kunnen zijn.’’

Roos doet er niet meer moeilijk over. ,,Ach, dat het bij Capelle niet lukte, zal ook gedeeltelijk mijn schuld zijn. Ik heb gewoon een verkeerde keuze gemaakt. Dat kan een keer gebeuren. Ik ben 29 en heb al aardig wat meegemaakt. Ik heb er misschien niet alles uitgehaald, want ik drink wel eens een biertje en rook een sigaretje. Maar in de hoofdklasse weet iedereen wie Raymond Roos is. En ik wil nog wel een paar jaar doorgaan.’’

Misschien ligt er zelfs weer een mooi avontuur op de Nederlandse Antillen in het verschiet. Roos heeft vijf interlands op zijn naam staan, wedstrijden voor 50.000 toeschouwers gespeeld. Het smaakt naar meer. ,,In februari wordt het kampioenschap van de Caribische eilanden gespeeld. Het schijnt dat ik en m’n neef Giovanni Franken (RVVH, red.) ook weer in beeld zijn bij de Nederlandse Antillen.’’

Maar nu concentreert Roos zich op het duel met Capelle. ,,We moeten een keer winnen. En als dat tegen Capelle gebeurt, is dat ook een overwinning voor mezelf.’’