|
Zowel bij TOGR als
Capelle vertrok hij
voortijdig. Maar Raymond
Roos, dit seizoen
teruggekeerd bij de
Rotterdamse club aan de Charloisse Lagedijk,
zegt de rotste niet te
zijn. ,,Ik ben geen
moeilijke jongen.’’
|
ROTTERDAM
FOLKERT VAN DER KROL
|
 |
Vraag Raymond Roos hoe
hij terugkijkt op zijn
jaar bij Capelle en de
29-jarige middenvelder
kijkt naar boven. ,,Ik
heb in België en Ierland
gevoetbald, maar bij
Capelle kreeg ik pijn in
m’n nek van al die hoge
ballen.’’
Capelle en Roos stonden
vorig seizoen gelijk aan
water en vuur. De toch
al broze samenwerking
liep op de klippen toen
de middenvelder trainer
Ton van Bremen het
verwijt maakte ‘geen
ballen’ te hebben. Die
opmerking deed hij in de
rust van het duel met
Heerjansdam toen van
Bremen aangaf hem te
wisselen.
Het was niet het eerste
akkefietje. Roos
degradeerde eerder al
tot zijn verbazing tot
bankzitter.
Assistent-trainer Enar
Krootjes en Brian
Notenboom lieten hem
voor het duel met DOTO
weten dat hij op de bank
moest plaatsnemen. ,,Ze
zeiden: ‘Het bestuur
vindt het beter dat je
niet speelt’. Dat is dus
de voetballerij. Tussen
mij en Capelle was geen
klik. De club ligt net
over de brug, maar je
hebt er rare mensen
rondlopen. Voorzitter
Kees Kisjes
bijvoorbeeld. Ik heb een
paar keer ontzettend met
hem gelachen, maar hij
liegt nog als hij staat
te fluiten.’’
Zijn keuze voor TOGR
viel op. Roos vertrok
daar in het seizoen
2004-2005, waarin de
Rotterdammers uit de
hoofdklasse
degradeerden, ook
voortijdig en maakte het
beslissingsduel met Go
Ahead Kampen niet eens
meer mee. ,,Er speelden
veel Kaapverdiaanse
jongens. Een mix van
spelers was beter
geweeest. Wim van der
Steene is een goede
trainer, maar het
ontbrak aan discipline.
Als je de teugels
eenmaal hebt laten
vieren, kun je ze
moeilijk weer aanhalen.
Drie weken voor het
einde van de competitie
ben ik weggegaan. Er
waren irritaties, ik
kreeg ruzie met spelers.
Dan kan ik beter
weggaan, anders schiet
ik uit m’n slof. De
onderlinge acceptatie
was niet goed, terwijl
de ploeg voldoende
kwaliteiten had om in de
hoofdklasse te
blijven.’’
|
Toen scout Ton van Mastrigt hem vorig seizoen vroeg een rentree bij TOGR
te overwegen, hapte Roos
toe. ,,Er waren wel wat
contacten met andere
clubs, maar de
zondag-hoofdklasse trok
me niet. In België kon
ik goed verdienen, maar
ik wilde graag dichtbij
huis in Rotterdam-Zuid
spelen. TOGR kwam met
een goed verhaal. En het
voelde alsof ik nog wat
goed te maken had bij
die club. Bovendien
kende ik de trainer
(Theo de Boon, red.) nog
van mijn periode bij FC
Dordrecht Hij liep toen
stage bij Robert Verbeek.’’
Dit keer heeft Roos geen spijt van zijn keuze.
,,Er is nu meer discipline. De spelers zijn ook
allemaal wat ouder geworden en weten dat het
zaterdag om het ‘echie’ gaat. En ik ben echt
geen moeilijke jongen. Of ik nu bij AC Milan of
bij vijfde van Hillesluis voetbal, ik pas me
overal aan.’’
Wat Roos wel nodig heeft, is vertrouwen. Dat
ontbeerde hij vorig seizoen bij Capelle. ,,Nu
voel ik me gewaardeerd. Daardoor speel ik ook
goed. Toen ik voor de Nederlandse Antillen
uitkwam, zei bondscoach Pim Verbeek al van
tevoren dat hij me altijd zou opstellen. Onder
Ton Pattinama bij Deltasport was ik ook een
zekerheidje. Dan wil ik de trainer terugbetalen,
ga ik voor hem door het vuur.’’ Bij onder meer
Deltasport, FC Dordrecht en later SHO
functioneerde Roos uitstekend. Hij is het type
speler dat bereid is het vuile werk voor anderen
op te knappen. ,,Ik ben een echte teamspeler.
Die sterven uit. Ik heb van Cor Lems, mijn
vroegere buurman, die wil om te overleven
geleerd. Reed ik met hem mee naar de club en
kreeg ik tijdens de training een schop waarbij
de tranen in m’n ogen sprongen. Dan moest ik wel
weer met hem mee terug, maar mocht ik bij hem
thuis meeëten.’’
Uitgerekend Ton van Bremen was er ook zo één.
Roos heeft respect voor wat Van Bremen in zijn
loopbaan presteerde, maar tussen de twee zal het
niet zo snel meer goed komen. ,,Nee, ik heb hem
niet meer gesproken. Ik voelde me in m’n eer
aangetast. Er was al zoveel gebeurd, dat het met
een andere trainer vermoedelijk ook mis was
gegaan. Ton van Bremen had net zo goed Pipo de
Clown kunnen zijn.’’
Roos doet er niet meer moeilijk over. ,,Ach, dat
het bij Capelle niet lukte, zal ook gedeeltelijk
mijn schuld zijn. Ik heb gewoon een verkeerde
keuze gemaakt. Dat kan een keer gebeuren. Ik ben
29 en heb al aardig wat meegemaakt. Ik heb er
misschien niet alles uitgehaald, want ik drink
wel eens een biertje en rook een sigaretje. Maar
in de hoofdklasse weet iedereen wie Raymond Roos
is. En ik wil nog wel een paar jaar doorgaan.’’
Misschien ligt er zelfs weer een mooi avontuur
op de Nederlandse Antillen in het verschiet.
Roos heeft vijf interlands op zijn naam staan,
wedstrijden voor 50.000 toeschouwers gespeeld.
Het smaakt naar meer. ,,In februari wordt het
kampioenschap van de Caribische eilanden
gespeeld. Het schijnt dat ik en m’n neef
Giovanni Franken (RVVH, red.) ook weer in beeld
zijn bij de Nederlandse Antillen.’’
Maar nu concentreert Roos zich op het duel met
Capelle. ,,We moeten een keer winnen. En als dat
tegen Capelle gebeurt, is dat ook een
overwinning voor mezelf.’’
|