Van de jubileum-commissie

(uit de weekbrief)

Wij hebben een aantal oud-leden gevraagd hun gedachten over de historie van onze club op papier te zetten. De komende tijd zal Arie Hoogstad (erelid van onze vereniging, oud-speler van eerste elftal en oud-voorzitter en nu 82 jaar oud) iets schrijven over de periode vanaf de oprichting tot na de W.O.II. Hieronder zijn relaas:

Waar is de tijd gebleven!  (toch nog vervolg)

5e aflevering

Of misschien moet ik wel zeggen "dat was een andere tijd"! De reacties waren er zeer zeker en op verzoek van meerderen ben ik gezwicht voor de aandrang om m'n geheugen nog maar eens te pijnigen, want dat is het wel, zij het dan dat ik van dat pijnigen geen slapeloze nachten heb.
Welnu, in een van de vorige edities is zijn naam al terloops opgemerkt en sommigen van de oude garde kennen hem wel: de allereerste terreinknecht van dat jongenscluppie: Het was een parmantig kereltje en ik herhaal "kereltje" want erg groot van stuk was hij niet, hooguit 1.60 mtr, maar parmantig zeker en dat moge duidelijk worden uit min of meer praktische gebeurtenissen, die toentertijd algemeen bekend waren maar die duidelijk een karaktertrek etaleerden van des mans optreden. Weet u, hij luisterde naar de naam van "keetbaas" ofwel Piet de Jong en naar u wel zult begrijpen uit de vorige korte karakterbeschrijving, stond hij nogal kort voor de wagen, één keer zeggen of waarschuwen was wel genoeg.
Het terrein achter aan de Boergoensevliet was gemakkelijk toegankelijk. Over een simpele afzetting klauteren en je was op het veld, maar dan....menige kwajongen uit die tijd liep rake klappen op van een ploertendoder, die door hem altijd onzichtbaar werd meegedragen bij het uitoefenen van zijn functie. Weet u, menige clandestiene bezoeker, met minder goede bedoelingen kwam in de sloot terecht; men riskeerde een nat pak om niet met de "ploert" in aanraking te komen en alle gevolgen van dien. De strijdkreet die dan over de "Vliet" weerklonk, luidde: Ara poera en bij het beluisteren hiervan was het raadzaam uit de buurt te blijven, om geen risico's te lopen van minimaal een bult of een blauwe plek. 
Hij hield van orde en regel en dat werd weer eens duidelijk als TOG op toernooi ging. Zorgen dat er voldoende proviand in de bussen was voor de uitgaande menigte en geholpen door enige vrijwilligers, lukte dat wel. (even terzijde: bij zo'n gelegenheid was er altijd een z.g. "wekploeg" die er voor zorgde dat iedere deelnemer voor vertrek aanwezig was). Nou was er bij zo'n gelegenheid, een bondsdag dus, eveneens een z.g. toogdag van de toenmalige NSB vastgesteld. Van meerdere delen uit het land kwamen de "zwarthemden" bijeen ergens in Nederland om trouw te betuigen aan hun toenmalig leider Anton Mussert en zo'n stoet van geestgenoten, bestaande uit een behoorlijk aantal touringcars kruiste onze wegen en wat denkt u: er dreigde een behoorlijk oponthoud, maar resoluut stapte onze keetbaas uit de bus en ging het verkeer wel even regelen. Hij liep zonder aarzelen de rijweg op en bracht de stoet zwarthemden tot stilstand en onze bussen konden hun weg vervolgen.  We konden niet nalaten de "Hou-Zee" groet te brengen, om vervolgens op tijd op de plaats van bestemming te arriveren. Maar genoeg over onze Piet. 
Voor een heel ander persoon wil ik ook wel even uw aandacht vragen, alleen nog bekend bij de alleroudste leden of donateurs, niet zo zeer omdat hij een in het oog springend figuur moest voorstellen in onze club, maar meer om duidelijk te maken wat er allemaal gebeurde in en om de club. Daar gaat ie dan - Mag ik u even voorstellen: zijn naam is Gerard Berkhout, ook aangesproken en luisterend naar zijn naam voor bekenden en vrienden van "bul". Tegelijk lid geworden van het cluppie met vele anderen, die allen lid waren van een schoolteam, toen nog schoolgaande en dus opgroeiende knullen. Allen leerlingen van de MULO school van Smallegange; Bul -ik heb hem pas nog gesproken-, woonde destijds aan de Grondherendijk, een plaats waar menige TOG'er toentertijd geen moeite had deze plaats te traceren. 
Waarom dan deze aparte vermelding? Gerard had een nogal strenge vader -dat kon toen nog!- en niet zelden was het hem niet toegestaan op zaterdagmiddag zijn keeperskleding bijeen te graaien om zijn steentje bij te dragen in het streven naar een zo goed mogelijk resultaat.  Vele uitvluchten werden gebruikt om weg te komen, maar dan had hij (soms) geen kleding. Hij werd zonodig opgehaald op de hoek van de Grondherenstraat en voor een keeperstenue werd gezorgd. De een had een paar extra schoenen, een ander had een keeperstrui, zodoende kon "Bul" toch meedoen en konden wij wat rustiger ademhalen. 
Voorafgaande aan welke wedstrijd dan ook, werd onder leiding van de trainer wekelijks vooral aan de conditie aandacht besteed. Ik kan me helder de eerste trainer van de "jonkies" voor de geest halen. Hij luisterde naar de naam van Maitimo en onder zijn leiding werden voornamelijk rondjes gelopen in een gymnastieklokaal, achteraan -wat we toen noemden-, de 1e Vliet. Tjonge tjonge, de vloer moet nu nog uitgebeten zijn van de vele zweetdruppels die geleidelijk bij een ieder van de deelnemers tevoorschijn kwamen. Leiding hieraan geven was zo ongeveer zijn enige taak; een elftal samen te stellen behoorde niet tot zijn takenpakket, want daar hadden wij een elftalcommissie voor. De leden van deze commissie bezochten wekelijks een elftal en maakten hun bevindingen kenbaar op een vergadering die, elke week, om beurten bij één van hen thuis werd gehouden. 

Op een later tijdstip gingen we naar een echte trainer uitkijken en mag de naam van Frans de Kruis niet onvermeld blijven. Frans wist van wanten, was zeer gevarieerd in zijn trainingsmethodes. Hij was afkomstig van "De Musschen" en een groot bewonderaar van diens voorzitter, de heer Nijs (voor vrienden Dirk - de ouderen onder ons kennen hem vast nog wel, de scheidsrechter destijds die deel uitmaakte van de elitegarde).

Frans introduceerde het z.g. stopperspilsysteem en verzocht de elftalcommissie met de keuze van spelers voor de diverse elftallen hiermee rekening te houden. Bij goed weer voor de buitentraining werd niet zelden een z.g. veldloop ingelast en weet u wat hij daar onder verstond (als ik er aan denk krijg ik het er nog warm van): we startten dan meestal vanaf de Vliet, om vervolgens via de Kromme Zandweg, Schulpweg, Waalhaven, Heijplaat, via Groene kruisweg weer terug te keren naar de uitvalsbasis en dat allemaal in looppas met sprintjes er tussendoor en lichaamsoefeningen.
Uit die periode is nog het volgende memorabel. Er stond een bekerwedstrijd op programma als thuiswedstrijd voor TOG. Als lokkertje werd ons voorgehouden, dat in geval we bereid waren naar Katwijk af te reizen, Quick Boys ons ruimschoots tegemoet zou komen in de gemaakte kosten. Voelt u de fijne nuance? We zijn niet op de "gulle" geste van de Katwijkers ingegaan, maar, en nu komt het: een extra training werd ingelast en Quick Boys moest genoegen nemen met een 2-0 nederlaag, al kostte het mij een blessurebehandeling, van de toenmalige coach van Feyenoord, de heer Domby.

 Lieve mensen, dat was het dan voor deze keer. Wij hebben weer eens wat geschiedenis de revue laten passeren. Een volgende keer, als het u nog bevalt en u het lezenswaardig vindt, wil ik best nog het één en ander op papier zetten.

 Arie Hoogstad

1e aflevering

2e aflevering

3e aflevering

4e aflevering

6e aflevering

 

terug