
Van de jubileum-commissie
(uit de weekbrief)
Wij hebben een aantal oud-leden gevraagd hun gedachten over de historie van onze club op papier te zetten. De komende tijd zal Arie Hoogstad (erelid van onze vereniging, oud-speler van eerste elftal en oud-voorzitter en nu 82 jaar oud) iets schrijven over de periode vanaf de oprichting tot na de W.O.II. Hieronder zijn relaas:
Waar is de tijd gebleven!
6e aflevering
Laat ik u meenemen naar Hoenderlo - u weet wel.
dat plaatsje waar de Stichting Hoenderlo is gevestigd en waar jongens
worden/werden ondergebracht die tot andere gedachten moeten komen en bekend uit
de 2e wereldoorlog, toen de bezettende (ons beschermende!) Duitse legers het
nodig vonden een aantal toenmalige verzetsstrijders om het leven te
brengen.
Daar even ten Z. van Apeldoorn waren we destijds geziene
gasten. We speelden dan o.a. tegen die moeilijk opvoedbare jongens van de
Stichting. Een gezellige, sportieve dag, die de saamhorigheid zeker ten goede
kwam. Door meerdere verenigingen werd op Hemelvaartsdag aan dit toernooi
deelgenomen, met voor ons zichtbaar resultaat - zichtbaar in de vorm van een
beker of lauwertak en vermoeide spelers, die tegen hun diverse dames geen al te
uitgebluste indruk wilden maken. De deelname van de spelers was beslist niet
kosteloos - letterlijk iedereen moest zijn steentje bijdragen. Aan deze wijze
van reizen moest ik onwillekeurig denken toen ik meereisde in de spelersbus naar
Marken. Ja: ik weet - andere tijd, andere gebruiken, maar toch.... Er schiet me
nog een uitje te binnen en niet zomaar een. We schreven in voor de Bondsdag van
het VCV. De organisator was Oranje Nassau uit Groningen en - gezien de afstand -
werd besloten er een weekend-trip van het maken. O.N. zorgde voor kosteloos
onderdak, dus kon ook de plaatselijke predikant Ds. Luteyn niet achterblijven.
Graag deed hij mee aan een gastvrije ontvangst voor 2 nachten, met natuurlijk de
mogelijkheid 's zondags de kerk te bezoeken. De preek was gekozen uit Prediker 2
vers 11: "de snelsten winnen niet altijd de wedstrijd" (en nu zelf de
toepassing er bij denken).
We reisden deze keer per trein en daar moet ik u toch nog iets van vertellen:
Het zou TOG niet zijn, als ze niet iets bijzonders hadden. We moesten in Utrecht
overstappen met een tijdsruime van drie kwartier en daar zit'm de kneep. Waarom
deze tijd niet benut met een beetje leut voor iedereen. Cees Niemantsverdriet
kwam op het lumineuze idee een modeshow te organiseren. Tot grote hilariteit van
de onzen en vele ter plekke zijnde belangstellenden werden dames en heren
omgetoverd in sportief geklede mede-reisgenoten. De belangstelling was
overweldigend en het succes overtrof de later behaalde prijzen. Het weekend kon
niet meer kapot. Dat was ook TOG.
Een heel ander verhaal mag niet onvermeld blijven: wist u dat TOG al in het
verre verleden aan zaalvoetbal deed? Wat was er aan de hand: Een zekere Piet
Niemantsverdriet - ter onderscheiding van een naamgenoot "de rooie"
genoemd - was medefirmant van de firma Adriaan Niemantsverdriet, handelend in
chocolaterie en koekjes; (de andere Piet was de zoon van dove Jan, de
boekhandelaar). "Rooie Piet" had een opslagplaats aan de
Wolphaertsbocht, die niet altijd even vol was. Een grote lege opslagruimte
diende derhalve als slagveld. De doelpalen bestonden uit opgestapelde
koekjesblikken en het strijdtoneel was dan de lege opslagruimte. Het ging daar
vaak hard aan toe. Niet gebonden aan spelregels, werd er lustig op los gespeeld;
menige blessure was niet zelden het gevolg van ondoordacht spel, niet
zelfden was de zegevierende partij een traktatie toegedacht uit een zak
koekkruimels, waar door een ieder van werd gesmuld.
Lieve mensen, ik wil er een punt achterzetten. Ik hoop erin te zijn geslaagd u
een zekere indruk over het verleden te hebben gegeven en maak graag plaats voor
een andere "geschiedschrijver".
Arie Hoogstad
(opm. redactie: Arie wordt volgende maand 83
jaar - een knappe prestatie deze geleverde presentaties -
z e e r b e d a
n k t)